Screeningstool voor ondervoeding bij overgewicht

Bestaande screeningsinstrumenten om ondervoeding te meten, schieten tekort bij mensen met overgewicht. Binnen het project-SCOOP is onderzocht hoe “verborgen ondervoeding” beter te herkennen is. Een concept-screeningstool is nu klaar voor validatie.

Van SNAQ tot MUST

Veelgebruikte screeningsinstrumenten voor ondervoeding, zoals SNAQ, MUST en MNA-SF, zijn ongeveer 20 jaar geleden ontwikkeld. Ze leunen sterk op indicatoren als ongewenst gewichtsverlies en ondergewicht (lage BMI) en werken daarom minder goed bij mensen met een hoger lichaamsgewicht. Hierdoor blijft het risico op ondervoeding bij deze groep vaak onder de radar.

Ook GLIM volstaat niet

Zelfs de internationale GLIM-criteria (Global Leadership Initiative on Malnutrition) om ondervoeding vast te stellen, brengen uitdagingen met zich mee. Hoewel een lage spiermassa binnen GLIM een cruciale indicator is, blijkt het in de praktijk lastig om hiervoor duidelijke afkapwaarden te bepalen bij mensen met overgewicht of obesitas. Deze patiënten hebben vaak méér spiermassa om hun lichaamsgewicht te kunnen ondersteunen.

Ongewenst gewichtsverlies

In het SCOOP-project zijn bestaande datasets gecombineerd met nieuwe klinische gegevens. Uit het Lifelines-cohort, met circa 125.000 deelnemers, blijkt bijvoorbeeld dat mensen die zichzelf te zwaar vinden of bewust proberen af te vallen, minder vaak melding maken van ongewenst gewichtsverlies dan mensen die zichzelf niet te zwaar vinden. De manier waarop vragen over gewichtsverlies worden gesteld, heeft dus invloed op het herkennen van risico’s. “Ongewenst gewichtsverlies” is als losse vraag minder betrouwbaar om ondervoeding te voorspellen bij mensen met overgewicht.

Concept screeningstool

De klinische gegevens voor de concept screeningtool werden verzameld in 6 ziekenhuizen: Ziekenhuis Gelderse Vallei, Rijnstate, Erasmus MC, Amsterdam UMC, OLVG, BovenIJ Ziekenhuis. Daar werden ruim 800 patiënten met overgewicht of obesitas onderzocht, waarbij metingen van lichaamssamenstelling en voedingsgerelateerde vragenlijsten werden gecombineerd. Op basis van deze gegevens is een concept screeningstool ontwikkeld. ‘Met 7 gerichte vragen kan worden ingeschat of iemand met overgewicht of obesitas een verhoogd risico heeft op ondervoeding’, licht diëtist-onderzoeker dr. ir. Barbara van der Meij (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen en Wageningen University & Research) toe. ‘Aan de tool wordt een online rekenmodel gekoppeld dat zorgprofessionals ondersteunt bij het toepassen van de screening in de praktijk.’

Validatie en implementatie

Met de output van het SCOOP-project krijgen zorgprofessionals een concept screeningstool die kan helpen het risico op verborgen ondervoeding eerder in kaart te brengen.  De komende fase richt zich nu op verdere validatie en implementatie van het concept screeningsinstrument in de klinische praktijk. Daarnaast is er bij huisartsen en diëtisten behoefte aan doorontwikkeling van het instrument voor patiënten in de eerste lijn, bijvoorbeeld voor kwetsbare ouderen en chronisch zieken.

SCOOP

In het SCOOP-project werken onderzoekers, diëtisten, artsen en beleidsmedewerkers samen aan vroege signalering van ondervoeding bij mensen met overgewicht. Daarmee verschuift de aandacht van reactief behandelen naar eerder ingrijpen. SCOOP is een project van het Kenniscentrum Ondervoeding, onder leiding van prof. dr. Marian de van der Schueren van Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN) en Wageningen University & Research (WUR). In dit samenwerkingsverband zitten naast HAN en WUR ook Amsterdam UMC, Erasmus MC, Alliantie Voeding in de Zorg, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Longfonds. Het onderzoek wordt mogelijk gemaakt door ZonMw.

Bron: Alliantie Voeding in de Zorg

Gepubliceerd op 16 juli 2026

Door Angela Severs

Reageer op dit artikel

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.