Ondervoeding vraagt meer dan voedingsadvies
Bij het voorkómen van ondervoeding bij thuiswonende ouderen draait het niet alleen om de voedingsinname. Ook factoren als motivatie, gezondheid, sociale omstandigheden en de ondersteuning vanuit het netwerk spelen een rol. Technologie kan daarbij ondersteunen, maar alleen als die aansluit op het dagelijks leven van ouderen én op het zorgnetwerk om hen heen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Janna Alberts aan de Technische Universiteit Eindhoven, in samenwerking met Expertisecentrum Dementie & Technologie (ECDT) en Vilans.
Beperkt zicht op thuissituatie
Voor haar onderzoek interviewde Alberts 8 Nederlandse diëtisten, werkzaam in de eerstelijnszorg. Alle geïnterviewde diëtisten hadden ervaring met de begeleiding van thuiswonende ouderen met ondervoeding. Als belangrijk knelpunt benoemt Alberts dat diëtisten vaak beperkt zicht hebben op wat er tussen contactmomenten gebeurt. Door tijdsdruk en beperkte capaciteit zijn huisbezoeken voor diëtisten niet altijd mogelijk. Maar juist tijdens huisbezoeken krijgen zij waardevolle informatie over het dagelijks leven van ouderen, zoals wat er in de koelkast ligt of welke ondersteuning er is. ‘Ouderen willen vaak zelfstandig blijven en vragen niet snel om hulp. Soms geven zij aan voldoende te eten, terwijl dat in de praktijk anders blijkt te zijn’, aldus Alberts.
Knelpunten in de samenwerking
Bij het signaleren en behandelen van ondervoeding zijn vaak meerdere partijen betrokken, zoals mantelzorgers, thuiszorgprofessionals, huisartsen en diëtisten. Volgens Alberts merken deze partijen het vaak als eerste als iemand gewicht verliest, minder eet of moeite krijgt met dagelijkse activiteiten. Toch verloopt onderlinge samenwerking hierbij niet altijd optimaal. Alberts zag onder andere dat verschillende organisaties werken met eigen systemen. Ook zijn verantwoordelijkheden niet altijd duidelijk en zijn zorgverleners soms lastig bereikbaar voor elkaar. Daardoor kunnen signalen worden gemist en sluit ondersteuning niet altijd goed op elkaar aan.
Technologie als ondersteuning
Volgens Alberts kan technologie helpen om die samenwerking te verbeteren. Niet als vervanging van persoonlijk contact, maar als aanvulling op het zorgproces. Technologische toepassingen kunnen bijvoorbeeld helpen om veranderingen in eetgedrag of gezondheid eerder zichtbaar te maken, meer inzicht te geven in de leefomgeving van ouderen en informatie-uitwisseling tussen ouderen, mantelzorgers en zorgprofessionals te ondersteunen. Ook kunnen diëtisten hierdoor beter monitoren wat er tussen consulten gebeurt. Wel is het volgens de onderzoeker belangrijk dat technologische oplossingen aansluiten bij de leefwereld van ouderen én praktisch bruikbaar zijn voor zorgprofessionals.
Brede blik nodig
De belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat ondervoeding niet los kan worden gezien van gezondheid, gedrag, motivatie en sociale omstandigheden. Een effectieve aanpak vraagt daarom om aandacht voor de persoon achter het eetgedrag, het netwerk rondom de oudere en een goede samenwerking tussen alle betrokken zorgverleners.
Bron: Vilans
Gepubliceerd op 19 augustus 2026
Door Sophie Luderer

