Medische voeding voor zuigelingen met koemelkeiwitallergie
Voor zuigelingen met koemelkeiwitallergie (KMEA) biedt Nestlé Health Science een uitgebreid assortiment medische voedingen: Althéra® HMO, Alfaré® HMO en Alfamino®. Zo kun je, afhankelijk van de voedingsbehoefte en klinische situatie, een passende voeding adviseren.
Althéra® HMO is een extensief gehydrolyseerde voeding voor de eerstelijns voedingsbehandeling van zuigelingen en jonge kinderen met KMEA. De voeding bevat de HMO’s* 2’FL en LNnT en gezuiverde lactose. Althéra® HMO heeft een zeer goede tolerantie¹⁻⁶.
Alfaré® HMO is ontwikkeld voor zuigelingen met een verminderde gastro-intestinale functie en voedselintolerantie. De voeding bevat extensief gehydrolyseerde wei-eiwitten, MCT, nucleotiden en de HMO’s 2’FL en LNnT. Alfaré® HMO heeft een zeer goede tolerantie¹⁻⁵˒⁷⁻⁹ en is lactosevrij.
Alfamino® is een aminozuurgebaseerde voeding voor zuigelingen bij wie een extensief gehydrolyseerde formule onvoldoende effectief is en/of bij meerdere voedselallergieën. De voeding bevat een gemakkelijk absorbeerbare lipidenmix met onder andere MCT en β-palmitaat en is lactosevrij.
Daarnaast zijn Althéra® HMO en Alfaré® HMO zowel halal als kosher gecertificeerd, wat extra mogelijkheden biedt voor gezinnen met specifieke dieetvoorkeuren.
Lees hier meer over de dieetvoedingen van Nestlé Health Science.
Moeders moeten worden aangemoedigd om borstvoeding voort te zetten, zelfs wanneer hun baby koemelkeiwitallergie heeft. Dit vraagt meestal om een deskundig dieetadvies om alle bronnen van koemelkeiwit in de voeding van de moeder volledig uit te sluiten. *HMO = Humane Melk Oligosacchariden, de 2 HMOs in Althéra en Alfaré zijn qua structuur identiek aan de HMOs in moedermelk, maar worden niet gewonnen uit moedermelk. Dieetvoeding voor medisch gebruik bestemd voor zuigelingen moet onder medisch toezicht worden gebruikt.
Referenties:
1. Niggemann B et al. 2008;19(4):348-354.
2. Vandenplas Y et al. 2013;172:1209-1216.
3. Sorensen RU et al. Abstract 473 presented at the AAAAI Congress 2007.
4. Rapp M et al. 2013;3(3):132.
5. Dupont C et al. Abstract 134 presented at the EAACI Congress 2009.
6. Francavilla R et al. 2012;23(5):420-427.
7. Abrams SA et al. 2002;76(2):442-446.
8. Ziegler E et al. 1983;2(2):288-294.
9. Nutten S et al. Allergy 2020;75(6):1446-1449.
Gepubliceerd op 21 september 2026
Door Adverteerder

