Landelijke richtlijn Strengileus
De nieuwe multidisciplinaire richtlijn voor strengileus is gepubliceerd. Deze richtlijn biedt evidence-based handvatten voor de diagnostiek en behandeling van dunne darmobstructies door verklevingen. Diëtist Elif Kilicoglu van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen werkte mee aan de module over het residu-arm dieet en de module over parenterale voeding. Daarmee krijgt de rol van de diëtist een duidelijke plek binnen de zorg voor deze patiëntengroep.
Strengileus
Bij strengileus raakt de darm afgesloten door verklevingen of littekenweefsel in de buik. Dit ontstaat vaak na een eerdere buikoperatie. Voedsel en vocht kunnen dan niet goed door de darm bewegen, wat leidt tot klachten zoals buikpijn, misselijkheid en braken. De aandoening kan ernstig verlopen en heeft veel invloed op het dagelijks leven van patiënten. Ook is er grote kans op recidiverende darmobstructies. Omdat ziekenhuizen en behandelaren de zorg verschillend aanpakten, was er behoefte aan één duidelijke landelijke richtlijn. Elif werkte als diëtist vanuit een multidisciplinaire werkgroep mee aan de richtlijn.
Screening op ondervoeding
De richtlijn benadrukt het belang van vroege signalering van ondervoeding. Het is aanbevolen om patiënten binnen 24 uur na opname te screenen op risico op ondervoeding met een gevalideerd screeningsinstrument. Bij een verhoogd risico op ondervoeding of wanneer sprake is van een inadequate orale intake gedurende 5 dagen, adviseert de richtlijn om binnen 48 uur een diëtist in consult te vragen. Hiermee krijgt voedingszorg een duidelijke plek binnen het behandeltraject.
Residu-arm dieet
Voor diëtisten die werken in de klinische of chirurgische zorg biedt de richtlijn praktische handvatten voor de begeleiding van patiënten die een residu-arm dieet volgen. Een residu-arm dieet wordt niet standaard aanbevolen bij patiënten met een verhoogd risico op strengileus. Het bewijs voor de effectiviteit van een residu-arm dieet ter preventie van een recidief van een strengileus ontbreekt en er is beperkt indirect bewijs uit studies in bredere populaties met een darmobstructie. Daarnaast kan het dieet ingrijpend zijn en invloed hebben op het dagelijks leven en het eetplezier van patiënten. In sommige situaties kan residu-arme voeding wel nodig zijn, bijvoorbeeld in de periode vóór een geplande operatie, wanneer de kans op een nieuwe darmobstructie groot is. Ook patiënten die niet (meer) operabel zijn, kunnen baat hebben bij een residu-arm dieet.
Wanneer diëtist in consult
In de richtlijn staat beschreven dat een consult bij een diëtist overwogen kan worden wanneer een patiënt tijdelijk een residu-arm dieet volgt. De diëtist kan ondersteunen bij uitleg over het dieet, begeleiding tijdens het traject en het bewaken van de voedingstoestand. Wanneer een residu-arm dieet langere tijd nodig is, kunnen tekorten ontstaan of risico’s op ondervoeding. Bij het langdurig volgen van een residu-arm dieet adviseert de richtlijn dan ook begeleiding door een diëtist.
Bronnen: Federatie Medische Specialisten en Nederlandse Vereniging van Diëtisten
Gepubliceerd op 14 mei 2026
Door Sophie Luderer

