Hartritmestoornissen vaker ontdekt met smartwatch

Smartwatches met geïntegreerde hartmeetfuncties kunnen een waardevolle rol spelen bij het opsporen van hartritmestoornissen: ze ontdekken hartritmestoornissen tot 4 keer vaker dan traditionele controles. Dat blijkt uit onderzoek van Amsterdam UMC, uitgevoerd in samenwerking met Cardiologie Centra Nederland 

4 keer vaker diagnose

Van de 437 deelnemers kregen 219 patiënten ouder dan 65 jaar een smartwatch, die ze gemiddeld 12 uur per dag omhadden. De overige 218 patiënten ontvingen traditionele monitoring. Alle deelnemers werden 6 maanden gevolgd. Na 6 maanden werden uit de groep patiënten met smartwatches 21 patiënten gediagnosticeerd en behandeld voor boezemfibrilleren. Dit was 4 keer zoveel als in de groep zonder smartwatch. Volgens de onderzoekers hadden 12 van hen geen klachten van de ritmestoornis. In de groep met traditionele monitoring werden slechts 5 patiënten met boezemfibrilleren opgespoord, en zij hadden allemaal klachten. 

PPG en ECG

In het onderzoek werd gekeken naar smartwatches met zowel zogeheten PPG-sensoren als ECG-functionaliteit. Juist deze combinatie is cruciaal. PPG (fotoplethysmografie) is een niet-invasieve optische techniek die het hartritme en de hartslag meet door veranderingen in de bloeddoorstroming in de huid te detecteren. Dit maakt het mogelijk om het hartritme onopvallend en continu te monitoren op onregelmatigheden. De ECG (electrocardiogram)-functie zorgt ervoor dat het hartritme nauwkeurig kan worden vastgelegd en hartritmestoornissen beter te herkennen zijn. Hoewel deze gecombineerde technologie inmiddels beschikbaar is, was de klinische bruikbaarheid ervan tot nu toe nog onvoldoende onderzocht. 

Verschil met traditonele monitoring

Hartritmestoornissen zoals boezemfibrilleren blijven vaak onopgemerkt, omdat patiënten geen klachten ervaren of omdat de ritmestoornis maar kortdurend optreedt. Het tijdig opsporen is belangrijk vanwege het verhoogde risico op een beroerte. Traditioneel gebeurt de monitoring van het hartritme met ECG-plakkers op de borst, gekoppeld aan een draagbaar kastje. Patiënten vinden deze manier van monitoring vaak hinderlijk. Bovendien kunnen ze maximaal 2 weken achter elkaar monitoren. Wearables zijn wel geschikt voor langdurige monitoring én verhogen ook het opsporingspercentage, concluderen de onderzoekers. Door continue bewaking kan een ritmestoornis direct worden herkend, waardoor er ook sneller kan worden ingegrepen. 

Bron: Amsterdam UMC 

Gepubliceerd op 24 februari 2026

Door Sophie Luderer

Reageer op dit artikel

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.