GLI: 4 op de 10 valt uit
Van de mensen die beginnen met de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) stopt ongeveer 40 procent voortijdig, zo blijkt uit nieuw onderzoek van het RIVM. Meer maatwerk is volgens het RIVM nodig om het percentage uitvallers terug te dringen. De Beroepsvereniging Leefstijlcoaches Nederland (BLCN) reageert op de uitkomsten.
Uitval
De uitval wordt wel kleiner in de loop van de jaren, zo laat dit nieuwe rapport zien. Van de deelnemers die in 2019 begonnen, stopte de helft voortijdig. Bij deelnemers met 2022 als startjaar was dit nog 38 procent. Verder blijkt ook dat de meeste mensen (90 procent) na een intakegesprek daadwerkelijk met de GLI beginnen. Van de groep die start, rondt ongeveer 60 procent het hele programma af. In het eerst jaar vallen iets meer mensen uit (27 procent) dan in het tweede jaar (20 procent). Vooral mensen met een lager inkomen, een migratieachtergrond of praktische opleiding starten niet na een intake of stoppen eerder.
Redenen om eerder te stoppen
Een belangrijke reden voor deelnemers om te stoppen is als het programma niet aansluit bij hun behoeften. Bijvoorbeeld als ze te weinig nieuwe kennis of praktische handvatten aangeboden krijgen. Een andere reden is dat ze geen goede klik hebben met de coach of groep. Ook stoppen sommige deelnemers door mentale of fysieke problemen.
Reactie BLCN
Inge Out, voorzitter van de BLCN, vermoedt dat de uitval voor een groot deel te maken heeft met het ontbreken van aspecten die wel in de richtlijn voor de behandeling van overgewicht en obesitas staan, maar waar geen financiering voor is. Out: ‘In de richtlijn staat dat naast “reguliere” GLI’s ook een GLI+, een individuele GLI en een GLI op maat beschikbaar moeten zijn. Deze GLI’s geven sommige mensen de extra begeleiding die ze nodig hebben, maar hier is geen financiering voor.’
Ontbreken Centrale Zorgcoördinator
Ook draagt het ontbreken van de financiering van de Centrale Zorgcoördinator volgens Out bij aan vroegtijdig uitval bij de GLI. ‘De rol van de Centrale Zorgcoördinator is het analyseren van de situatie en kijken wat er nodig is om een persoon echt te helpen naar een gezondere leefstijl. Soms is dat direct een GLI, maar soms is er bijvoorbeeld eerst schuldhulpverlening of een taaltraject nodig. Nu worden te veel mensen nog noodgedwongen bij een GLI geplaatst die minder goed bij ze past. Dé GLI bestaat namelijk niet: er zijn verschillende GLI’s die allemaal op een andere doelgroep afgestemd zijn. Van de individuele GLI-aanbieders kunnen we niet verwachten dat ze naast hun werk een coördinerende rol oppakken. Daarom is de rol van de Centrale Zorgcoördinator echt cruciaal. Helaas ontbreekt deze rol nog volledig door gebrek aan financiering vanuit de overheid.’
Betere uitleg over GLI
Het RIVM sprak voor dit onderzoek onder meer met leefstijlcoaches, huisartsen en deelnemers. Zij geven aan dat het belangrijk is om bij de intake nog beter uit te leggen wat de GLI inhoudt zodat toekomstige deelnemers een completer beeld hebben van wat ze kunnen verwachten. Verder vinden ze het belangrijk dat huisartsen kijken of mensen eerst andere hulp nodig hebben voordat ze naar de GLI verwijzen.
Meer maatwerk
De geïnterviewden zien ook verbeterpunten voor het programma. Denk hierbij aan meer maatwerk waarbij begeleiding afgestemd is op de persoonlijke situatie en voorkeuren. Daarnaast willen leefstijlcoaches zelf beter getraind worden, met name voor het begeleiden van groepen. Het RIVM adviseert om verder te onderzoeken of meer maatwerk in de GLI haalbaar is. Voor dit extra maatwerk is mogelijk ook extra budget nodig. Verder adviseert het RIVM leefstijlcoaches om succesvolle ervaringen en werkwijzen meer met elkaar te delen.
Over de GLI
Zorgverzekeraars vergoeden de GLI sinds 2019. Het RIVM volgt de ontwikkelingen van de GLI in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Eerder onderzoek liet zien dat deelnemers na afronding van de GLI gemiddeld 5 procent waren afgevallen. Daarnaast verbeterde ook hun kwaliteit van leven flink.
Gepubliceerd op 8 september 2025
Door Angela Severs

