Gepersonaliseerde GLI werkt beter
Een meer gepersonaliseerde aanpak binnen de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) leidt tot minder uitval en meer gewichtsverlies. Dat blijkt uit onderzoek van TNO naar een aangepaste versie van het SLIMMER-programma in de eerstelijnszorg.
Personalisering
De gepersonaliseerde variant van de GLI SLIMMER combineert een uitgebreide intake van biologische, gedragsmatige en omgevingsfactoren met persoonlijke doelen, digitale monitoring en continue online ondersteuning. Uit een pragmatische studie blijkt dat deze aanpak deelnemers beter weet vast te houden dan de reguliere uitvoering. Na 6 maanden was de uitval in de gepersonaliseerde groep 11 procent, tegenover 23 procent in de reguliere GLI. Ook het gewichtsverlies was hoger: deelnemers verloren gemiddeld 4,5 kg, terwijl dat in de reguliere groep 2,0 kg was. Daarnaast daalden BMI en vetpercentage sterker.
Zelfmonitoring
Opvallend is dat de extra gezondheidswinst niet eenvoudig kan worden verklaard door betere naleving van voedings- of beweegadviezen. De voeding verbeterde niet sterker en ook voor fysieke activiteit werden geen duidelijke verschillen gevonden tussen beide groepen. De TNO-onderzoekers denken dat juist het samenspel van verschillende componenten een rol speelt, zoals persoonlijke begeleiding, monitoring en continue ondersteuning. Een belangrijke voorspeller van succes bleek zelfmonitoring. Deelnemers die zich vaker wogen, verloren gemiddeld meer gewicht. Volgens de onderzoekers wijst dit op het belang van zelfmonitoring als onderdeel van gedragsregulatie en betrokkenheid bij het programma.
Aanknopingspunten
Voor leefstijlcoaches bieden de resultaten aanknopingspunten voor de verdere ontwikkeling van de GLI. De TNO-onderzoekers adviseren niet alleen maatwerk in voedings- en beweegadvies. Ook continue begeleiding, digitale ondersteuning, zelfmonitoring en aandacht voor persoonlijke omstandigheden lijken essentieel om deelnemers langdurig gemotiveerd te houden.
Gepubliceerd op 1 september 2026
Door Angela Severs

