Erkenning en voeding cruciaal bij post-covid

Mensen met aanhoudende klachten na besmetting met het coronavirus hebben niet alleen baat bij behandeling, maar hechten minstens zoveel waarde aan erkenning en steun. Dat blijkt uit onderzoek van diëtist Anne Slotegraaf, die in maart promoveerde aan de faculteit Humane Voeding & Gezondheid van Wageningen University & Research (WUR). Ook voeding kan een ondersteunende rol spelen in het herstelproces. 

Aanpak post-covid

Post-covid of long-covid is een complexe aandoening waarbij klachten zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, spierzwakte en overprikkeling langdurig kunnen aanhouden. Herstel is vaak onzeker en zelden volledig. Volgens Slotegraaf verschilt het ziektebeeld sterk per persoon, wat het lastig maakt voor zowel patiënten als zorgverleners om de juiste aanpak te vinden.  

Paramedische herstelzorg

In 2020 voerde de overheid een regeling in, zodat mensen met post-covidklachten extra vergoede zorg kregen. Maar de vraag was: helpt die zorg daadwerkelijk? Voor haar onderzoek volgde Slotegraaf een jaar lang 1.451 mensen met post-covid die gebruikmaakten van paramedische herstelzorg zoals fysiotherapie, ergotherapie, logopedie en diëtetiek. Deelnemers voerden bij deze zorgverleners fitheidstesten uit en elk kwartaal vulden ze een uitgebreide vragenlijst in.  

Meerderheid blijft ernstig uitgeput

Uit de onderzoeksgegevens blijkt dat patiënten weliswaar vooruitgang boekten, maar dat die vooral in de eerste 3 maanden plaatsvond. ‘Bij de start van de behandeling ervaarde maar liefst 95 procent van de deelnemers extreme lichamelijke of mentale vermoeidheid’, zegt Slotegraaf. ‘Een jaar later voelde nog 70 procent zich ernstig uitgeput.’ Opvallend was dat de vooruitgang van herstel na die eerste 3 maanden afvlakte. Tegelijkertijd liet een cohortstudie van het RIVM zien dat hetzelfde herstelpatroon gold bij mensen met post-covid zonder zorg. Op basis daarvan besloot de overheid de paramedische herstelzorgregeling stop te zetten. Slotegraaf plaatst hier een kanttekening bij. ‘De mensen die we volgden, ervaarden ernstige klachten en hadden dringend zorg nodig. Mogelijk was hun startpunt dus slechter dan dat van de controlegroep in de andere studie.’  

Steun tijdens het behandeltraject 

Uit interviews met 30 deelnemers kwam bovendien iets naar voren dat moeilijk in grafieken en cijfers te vangen is: het belang van steun, coaching, vertrouwen en erkenning tijdens het behandeltraject. Deelnemers gaven aan hoe waardevol ze het vonden om een zorgverlener te treffen die hun klachten serieus nam en die ervaring had met andere post-covidpatiënten. Dat ervaarden de deelnemers als een verademing na een periode waarin vaak sprake was van onbegrip uit de omgeving. ‘Dat gevoel van erkenning en gehoord worden, hielp mensen om hun situatie te accepteren en hun leven opnieuw in te richten’, aldus Slotegraaf. 

Spierverlies en voeding

Daarnaast toonde Slotegraaf het belang van een goed voedingspatroon aan bij post-covid. In een aparte studie onder meer dan 200 patiënten bleek dat de meerderheid na de eerste covidgolf onbedoeld was afgevallen. Dat komt mogelijk door klachten van covid, zoals verminderde eetlust, snel een vol gevoel en veranderingen in smaak en reuk.  Het gewichtsverlies zat vaak niet in vetmassa, maar in spiermassa. Het gevolg van spiermassaverlies komt overeen met de klachten die post-covid al kenmerken: minder kracht, minder stabiliteit, sneller uitgeput en minder belastbaarheid. 

Belang van dieetbegeleiding

Slotegraaf benadrukt het belang van de rol van een diëtist in het behandeltraject bij post-covid. Deze kan de patiënt begeleiden door bijvoorbeeld een voedingspatroon op te stellen met extra eiwitten voor spierbehoud. Uit de studie bleek dat zulke behandelingen hielpen: voor de behandeling had 20 procent van de deelnemers een hoge kans op ondervoeding, terwijl dat na behandeling nog maar 12 procent was. Ook de kans op sarcopenie daalde van 31 procent naar 22 procent.  

Samenwerking

Naast het erkennen van de klachten en bieden van passende steun, pleit Slotegraaf voor meer samenwerking tussen zorgprofessionals. ‘Post-covid kan zich uiten in fysieke klachten, energieproblemen of voedingsproblemen. Zo kan een diëtist bijvoorbeeld inzichten geven bij een patiënt die al bij de fysiotherapeut onder behandeling is. Samenwerking maakt de zorg effectiever en samenhangender, niet alleen voor post-covid, maar voor veel aandoeningen.’ 

Bron: WUR 

Gepubliceerd op 26 maart 2026

Door Sophie Luderer

Reageer op dit artikel

  1. Janneke Porada-Zierfuss 1 april 2026 at 13:07 - Reply

    Als diëtist én patiënt met post-COVID lees ik dit artikel met veel herkenning én waardering. Het is sterk dat er aandacht is voor het belang van erkenning en voor de rol van voeding binnen deze complexe aandoening. Ook waardeer ik het dat een voedingswetenschapper zich actief in dit veld verdiept en daarmee verder kijkt dan de meer traditionele kennisbasis.

    Tegelijkertijd vraagt deze patiëntengroep om verdere verdieping. Post-COVID kenmerkt zich onder andere door post-exertionele malaise (PEM), posturaal orthostatisch tachycardie syndroom (POTS) en andere vormen van autonome ontregeling, evenals klachten passend bij het mestcelactivatiesyndroom (MCAS), die ook invloed hebben op voedingsinname, tolerantie en energieverbruik. Daarnaast speelt er op lange termijn regelmatig juist gewichtstoename een rol, bijvoorbeeld door sterke beperkingen in belastbaarheid.

    Wat in de praktijk vaak nog onvoldoende zichtbaar is, is wat die beperkte belastbaarheid concreet betekent: voor veel patiënten zijn een behandelconsult, koken, boodschappen doen of zelfs eten al activiteiten die een aanzienlijke aanslag vormen op de beschikbare energie en klachten kunnen verergeren, soms langdurig. Dit maakt dat voedingsadviezen niet alleen inhoudelijk passend moeten zijn, maar ook uitvoerbaar binnen zeer kleine energiemarges.

    Voor de diëtistische praktijk zou het daarom helpend zijn om meer concrete handvatten te ontwikkelen: hoe pas je voedingsadviezen toe bij zeer beperkte energie, hoe sluit voeding aan op pacing, en hoe ga je om met grote schommelingen in belastbaarheid en klachten?

    Daarbij is er ook behoefte aan meer kennis over hoe om te gaan met bijkomende problematiek zoals MCAS en POTS, en hoe voeding kan worden ingezet op een manier die geen post-exertionele malaise (PEM) uitlokt.

    Ook is er een duidelijke link met andere vormen van post-infectieuze aandoeningen (PAIS), waar mogelijk al relevante kennis beschikbaar is die breder benut kan worden.

    Tot slot ligt er een belangrijke onderzoeksvraag: welke voedingsinterventies werken, voor welke subgroepen, en onder welke omstandigheden? Verdere specificatie hierin zou diëtisten helpen om deze patiëntengroep beter en gerichter te ondersteunen.

    Kortom: een waardevolle en belangrijke stap, die hopelijk gevolgd wordt door verdere verdieping en praktische vertaling naar de dagelijkse praktijk.

    • Beroep - Diëtist

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.