Eiwittransitie stagneert
Het aandeel plantaardige eiwitten in de Nederlandse voeding is de afgelopen jaren nauwelijks veranderd en blijft steken rond 39 procent. Dat blijkt uit de “Eiwitmonitor 2025”. Een beweging richting de doelstelling van een 50:50 verhouding in 2030 lijkt voorlopig stilgevallen, mede doordat vlees en zuivel stevig verankerd blijven in het huidige voedingspatroon.
Eiwitmonitor
De Eiwitmonitor volgt sinds 2023 jaarlijks hoe Nederlanders eten en welke producten beschikbaar zijn in supermarkten. Daarbij wordt gekeken naar zowel consumptie als naar de redenen waarom mensen bepaalde keuzes maken, zoals gewoonten, prijs en wat zij normaal vinden. De gegevens in de Eiwitmonitor 2025 worden verzameld door Wageningen Social & Economic Research (WSER) in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). ‘De transitie naar meer plantaardig eiwit schiet niet op’, concludeert prof. dr. Marleen Onwezen van WSER. ‘Dat baart me zorgen, want de productie en consumptie van vlees heeft grote impact op ons klimaat, onze natuur en ons welzijn. Er moet veel meer gebeuren om plantaardige eiwitten op gelijk niveau met dierlijke eiwitten te krijgen. Anders halen we de doelstelling niet.’
Vlees en zuivel
Onwezen merkt dat onze voedselomgeving en eetcultuur sterk zijn ingericht op vlees en zuivel: ‘Denk aan de aanbiedingen in de supermarkt, de advertenties in het bushokje en de keuzevariatie in restaurants. Daarmee krijgen consumenten het signaal: dierlijke eiwitten zijn normaal en plantaardige eiwitten een niche.’ Bij plantaardige eiwitten denken mensen vaak aan vlees- en zuivelvervangers. Onwezen: ‘Maar er is veel meer keus: peulvruchten, noten, tofu, tempeh en seitan bijvoorbeeld. En brood is natuurlijk ook een goede bron van plantaardige eiwitten.’ Het zou volgens haar helpen als de voedselomgeving plantaardige producten meer aandacht geeft met meer variatie, meer promotie, en lagere prijzen. Zo kunnen ze beter concurreren met dierlijke producten.
Houding tegenover plantaardig verandert
Hoewel het eetpatroon als geheel nauwelijks verschuift, verandert de houding van consumenten wél. Uit een enquête onder 3.950 Nederlanders blijkt dat de intentie om plantaardige eiwitrijke producten te eten is toegenomen ten opzichte van 2024. Tegelijkertijd neemt de intentie om producten zoals kaas, melk en eieren te consumeren licht af. Ook sociale normen verschuiven volgens Onwezen. Meer mensen hebben het gevoel dat plantaardig eten normaler wordt in hun omgeving. Daarnaast geven consumenten vaker aan dat zij denken dat het makkelijker wordt om plantaardige keuzes te maken en dat de prijs minder vaak een belemmering vormt. Het zijn voorzichtige trends, maar deze laten wel zien dat de transitie naar meer acceptatie en een plantaardige standaard doorzet.
Supermarktaanbod blijft vooral dierlijk
In het online supermarktaanbod is deze verandering nog maar beperkt zichtbaar. Slechts 35 procent van de eiwitrijke producten is plantaardig. Binnen de geselecteerde productgroepen is de keuze in dierlijke eiwitproducten zelfs 7 keer zo groot. Bovendien zijn dierlijke producten vaker de goedkoopste optie en staan ze het vaakst in de aanbieding. In 2025 had 76 procent van alle aanbiedingen betrekking op dierlijke eiwitten, tegenover 56 procent in 2024. Tegelijkertijd zijn er wel kleine verschuivingen zichtbaar. Het verschil in variatie tussen dierlijke en plantaardige producten is kleiner geworden dan in eerdere jaren. Ook is de gemiddelde prijs van plantaardige eiwitproducten inmiddels lager dan die van dierlijke producten. Plantaardige opties zijn echter nog niet vaak de allergoedkoopste keuze.
Consumptie, houding en aanbod lopen uit de pas
‘De Eiwitmonitor laat daarmee zien dat consumptie, houding en aanbod zich niet in hetzelfde tempo ontwikkelen’, aldus Onwezen. ‘Terwijl het eetpatroon stabiel blijft, verandert de manier waarop Nederlanders tegen plantaardige eiwitten aankijken langzaam, en beweegt het aanbod slechts beperkt mee. De eiwittransitie vraagt niet alleen om het vergroten van het plantaardige aanbod, maar ook om structurele veranderingen in beleid, gewoonten, sociale normen, kookvaardigheden en de prijs en beschikbaarheid van producten. Het is aan het nieuwe kabinet om daar meer vaart achter te zetten.’
Gepubliceerd op 18 maart 2026
Door Angela Severs

