eiFIT-app herkent lage eiwitinname
De eiFIT-app van Voeding & Beweging NU (VBNU) kan patiënten met een te lage eiwitinname goed herkennen. Dat blijkt uit het OPRAH-onderzoek, waarin de betrouwbaarheid van de app is onderzocht bij patiënten die een operatie ondergingen voor maag-, darm- of longkanker. De resultaten zijn gepubliceerd in Clinical Nutrition ESPEN.
Punten tellen
Voor het onderzoek hielden 62 patiënten (52 procent man, 48 procent vrouw) hun voeding bij in de eiFIT-app. De app telt punten voor maaltijden en tussendoortjes: 1 punt is ongeveer 130 kcal en 5 gram eiwit. Aan de hand van de totale score kan de app inschatten of iemand een slechte, matige of goede eiwitinname heeft. De onderzoekers vergeleken de scores van de app met wat patiënten echt aten volgens een 24-uurs voedingsanamnese.
Signaleren lage eiwitinname
De resultaten laten zien dat eiFIT een te lage eiwitinname (<75 procent van de berekende eiwitbehoefte) bij het merendeel van de patiënten goed signaleert. Bij mensen met overgewicht of obesitas mist de app soms een lage eiwitinname. Bij mannen met een hoge eiwitbehoefte kan de app een voldoende inname soms ten onrechte als onvoldoende beoordelen.
Ervaringen zorgprofessionals
Diëtisten en fysiotherapeuten die met de eiFIT-app werkten, gaven aan dat:
- de app inzicht geeft in de eiwitinname van hun patiënten
- patiënten zelf beter begrijpen hoe hun voedingspatroon (voor eiwit) eruitziet en dit makkelijker kunnen aanpassen
- een daling in eiwitinname sneller wordt opgemerkt, waardoor zorgprofessionals eerder contact opnemen en tijdig kunnen bijsturen
Betekenis voor de praktijk
Ook patiënten gaven aan dat de app prettig werkt en goed toepasbaar is in het dagelijkse herstelproces. De onderzoekers concluderen dat de eiFIT-app geschikt is als snelle screenings- en zelfmanagementtool. De app helpt patiënten inzicht te krijgen in hun eiwitinname en ondersteunt hen bij het maken van betere voedingskeuzes. Bij risicogroepen, zoals patiënten met een BMI van 25 of hoger of met een verhoogde eiwitbehoefte, blijft aanvullende beoordeling – bijvoorbeeld via een voedingsanamnese – belangrijk.
Bron: ScienceDirect
Gepubliceerd op 29 december 2025
Door Sophie Luderer

