Echografie als nieuwe nutritional assessment methode

Lage spiermassa is een belangrijk diagnostisch criterium voor ondervoeding en sarcopenie. Echografie is een nieuwe, veelbelovende methode voor het bepalen van spiermassa. Deze methode is niet-invasief, betrouwbaar en relatief goedkoop. Én eenvoudig uit te voeren door de diëtist, zo werd duidelijk tijdens een uitpuilende workshop met demonstratie. Een standard operation procedure (SOP) voor de meting is recent ontwikkeld door het Nutritional Assessment Platform.

Alternatief voor BIA, DEXA en CT

Het meten van spiermassa is 1 van de GLIM-criteria voor de diagnose van ondervoeding. Samen met BIA, DEXA en CT wordt echografie daarbij genoemd als 1 van de geadviseerde methoden om spiermassa te meten. Jacqueline Langius, hoofddocent en onderzoeker aan de Haagse Hogeschool, vertelde dat spierechografie internationaal steeds meer wordt ingezet, maar dat Nederland daarin nog achterloopt. Samen met Wesley Visser, diëtist-onderzoeker in Erasmus Medisch Centrum, heeft ze voor het Nutritional Assessment Platform de SOP “Meting van de spierdikte van de musculus rectus femoris met draagbaar spierechografie systeem” ontwikkeld. In een workshop vertelden ze er meer over én gaven ze een demo.

Bedside techniek

Wesley presenteerde resultaten van eerste onderzoeken waarin spierechografie is vergeleken met CT-scans. De conclusie: echografie is een eenvoudige, makkelijk toepasbare, nauwkeurige en betrouwbare methode voor de evaluatie van skeletspieren. Grote voordelen van echografie zijn dat het niet invasief is en relatief goedkoop. Volgens Wesley kost het apparaat circa € 7.500,-, maar zijn er in ziekenhuizen vaak al echo-apparaten beschikbaar. Hij vindt het een veelbelovende mobiele, compacte, bedside techniek. Tijdens een demonstratie toonde hij dat alles in een kleine tas zit. Bij een bereidwillige deelnemer aan de workshop liet hij zien hoe eenvoudig en snel de meting is uit te voeren, ook in een eerstelijns diëtistenpraktijk, al is daar wel een training voor nodig.

Van spierdikte naar spiermassa

Meestal wordt met echografie op het bovenbeen de spierdikte gemeten van de quadriceps rectus femoris. De plek op het bovenbeen waar je meet, blijkt van grote invloed op de resultaten. In onderzoek wordt soms op de helft, soms op een derde en soms op tweederde afstand tussen heup en knie gemeten en ook een vaste afstand van 15-17 cm vanaf de knieschijf wordt wel gebruikt. Er is dus grote behoefte aan standaardisatie van de methode – vandaar de SOP – en ook aan goede Nederlandse referentiewaarden. Verder moet er nog gekeken worden naar de vertaling van spierdikte naar spiermassa. Wesley en Jacqueline denken dat spierechografie in de nabije toekomst als alternatief voor bijvoorbeeld BIA ingezet kan worden voor vroege indicatie van patiënten met risico op ondervoeding door verminderde spiermassa. Ook sarcopenie kan ermee worden bevestigd. Op korte termijn is spierechografie vooral veelbelovend om effecten te monitoren van voedings- en beweeginterventies. Daar zijn geen referentiewaarden of omrekeningen voor nodig; het gaat om de verandering van de spierdikte van een individu. Kortom: een interessante ontwikkeling om als diëtist in de gaten te houden.

Dit bericht is een verslag van een sessie tijdens de Diëtistendagen 2025.

Gepubliceerd op 17 november 2025

Door Angela Severs

Reageer op dit artikel

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.