Bij leververvetting is meer gewichtsverlies nodig

Bij mensen met leververvetting of -fibrose en overgewicht is het belangrijk af te vallen, net zo lang tot de lever weer gezond is. Een gewichtsverlies van 3 tot 10 procent blijkt lang niet altijd voldoende om de lever weer gezond te maken. Dat ontdekte dr. Laurens van Kleef (AIOS MDL), verbonden aan de afdeling Maag-Darm-Leverziekten van het Erasmus MC, op basis van gegevens van een Amerikaanse bevolkingsstudie.

NHANES

‘Het lijkt erop dat het de levergezondheid ten goede komt als mensen met obesitas blijven afvallen, en niet stoppen als ze 10 procent gewichtsverlies hebben bereikt’, zegt Van Kleef. Dat lijkt een vanzelfsprekendheid, maar het verband tussen aanhoudend gewichtsverlies en de gezondheid van de lever was nog niet eerder wetenschappelijk aangetoond. Van Kleef maakte voor zijn studie gebruik van de National Health and Nutrition Examination Survey (NHANES), een Amerikaans bevolkingsonderzoek waarin gegevens zijn verzameld van bijna 7.000 Amerikaanse mannen en vrouwen tussen 18 en 80 jaar.

Fibroscan

Deelnemers vulden vragenlijsten in over hun leefstijl, over hun huidige gewicht en hun gewicht van 1 en 10 jaar geleden. Ook ondergingen ze een fibroscan, waarop te zien is hoeveel vet er in de lever zit en of er al littekenweefsel aanwezig is. ‘De deelnemers hadden een gemiddelde BMI van 29’, schetst Van Kleef. ‘Ruim 40 procent van de onderzoekspopulatie had leververvetting. Leververvetting ontstaat doorgaans als je de BMI van 25 overschrijdt of als je buikomvang vergroot is. In Nederland vermoeden we dat 1 op de 3 mensen leververvetting heeft.’

Lager risico bij meer gewichtsverlies

Uit het onderzoek blijkt dat mensen die meer dan 15 procent van hun gewicht verliezen, 80 procent minder kans hebben op leververvetting, 50 procent minder kans op leverontsteking en 60 procent minder kans op leverfibrose. Van Kleef: ‘Dat zijn aanzienlijk hogere percentages dan wat we zien bij 3 tot 10 procent gewichtsverlies: namelijk 20 tot 35 procent voor alle 3 de aandoeningen.’ De resultaten van zijn studie zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Gastro Hep Advances.

Leververvetting

Leververvetting ontstaat langzaam, met het klimmen van de leeftijd en het toenemen van het gewicht. Toch zijn er ook genoeg mensen met een ogenschijnlijk gezond gewicht die leververvetting, -ontstekingen en -fibrose hebben. ‘Deze mannen en vrouwen lijken slank maar hebben veel buikvet’, zegt Van Kleef. ‘Of ze drinken veel alcohol.’ Het is volgens hem belangrijk om niet alleen de BMI te checken, maar ook de tailleomvang te meten en de alcoholconsumptie goed na te gaan. In een vervette lever kan gemakkelijk ontsteking ontstaan, wat zorgt voor littekenvorming. Door de verlittekening kan de lever niet goed meer functioneren. Uiteindelijk kan de fibrose uitmonden in levercirrose of zelfs leverkanker. De patiënt wordt dan ernstig ziek. Leverfibrose bij overgewicht kan met forse gewichtsafname weer herstellen. Levercirrose is onomkeerbaar.

Screening?

Van Kleef pleit voor meer bewustwording over levergezondheid – en vooral leveróngezondheid – bij huisartsen en internisten. ‘Bij een verhoogd risico op fibrose – artsen kunnen dat vaststellen met een scoresysteem op basis van leverwaarden – kunnen ze hun patiënt doorverwijzen voor een fibroscan. Op de scan is te zien hoeveel vet er in de lever zit en of er al littekenweefsel aanwezig is.’ Ook zijn er screeningsprogramma’s in de maak. De vraag is nog wel: hoe vaak moet je screenen en welke doelgroepen moet je dan hebben?

Medicatie

Er is nieuwe medicatie in aantocht die leverfibrose kan genezen. De Europese medicijnwaakhond EMA bekijkt of het medicijn ook op de Europese markt mag komen. Ook van obesitasmedicatie semaglutide en tirzapatide is bekend dat het bijdraagt aan een gezondere lever door een gewichtsverlies van 15 tot 20 procent. Wie straks in aanmerking komt voor die nieuwe medicamenteuze behandelingen voor leverfibrose, is nog niet bekend. Volgens Van Kleef is het belangrijk om bij leverfibrose de obesitasrichtlijnen te volgen: eerst nagaan wat de oorzaken van overgewicht zijn – bijvoorbeeld met checkoorzakenovergewicht.nl – en dan die oorzaken aanpakken. ‘Vaak is er een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI, red.) nodig en – als dat onvoldoende effect heeft – obesitasmedicatie of bariatrische chirurgie als aanvulling op de leefstijlveranderingen.’

Bron: Erasmus MC

Gepubliceerd op 6 november 2025

Door Angela Severs

Reageer op dit artikel

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.