Nieuws

 

< vorig nieuwsitem
25 mei 2016

Overgewicht kinderen ontstaat door kleine verschillen in energiebalans

Door: Angela

Overgewicht kinderen ontstaat door kleine verschillen in energiebalans

Kleine verschillen in de dagelijkse energiebalans zorgen op de lange termijn bij kinderen voor het al dan niet ontwikkelen van overgewicht. Dit blijkt uit promotie-onderzoek van diëtist en epidemioloog Saskia van den Berg, uitgevoerd bij het RIVM. Van den Berg promoveerde op 19 mei aan Universiteit Utrecht.

PIAMA studie

Van den Berg maakte gebruik van gegevens van 2.190 kinderen uit de PIAMA studie, een grootschalig gezondheidsonderzoek onder kinderen. Van deze kinderen ontwikkelde 10% overgewicht tussen het 2e en 6e levensjaar. Deze groep kinderen kwam gemiddeld 4,8 kilogram meer aan dan kinderen met een normaal gewicht aan het einde van de studie. Deze extra gewichtstoename in 4 jaar tijd komt voor 90% van de kinderen overeen met een calorieoverschot van 75 kcal of minder per dag, zo berekende Van den Berg. Om een beeld te geven: 75 kcal komt bijvoorbeeld overeen met één glas frisdrank of 30 minuten lopen.

Kleine aanpassing

Volgens de onderzoekster van het RIVM zou het voorkómen van overgewicht bij kinderen haalbaar moeten zijn door kleine aanpassingen in het eet- en beweegpatroon. Bijvoorbeeld door water te drinken in plaats van frisdrank, of door vaker te fietsen of te lopen in plaats van met de auto te gaan. Aan de andere kant laat dit onderzoek zien dat een calorie-overschot snel gerealiseerd is. Met het eten van een klein zakje chips of een chocoladereepje is het al gebeurd. Van den Berg vindt het belangrijk dat mensen zich er van bewust zijn dat dergelijke keuzes in eet en-beweeggedrag er wel degelijk toe doen voor het krijgen van overgewicht.

Overgewicht door genetische variaties

Een ander deel van het proefschrift gaat over de rol van genetische verschillen tussen mensen. In haar onderzoek vond Van den Berg verbanden tussen BMI en middelomtrek en 5 variaties in genen die een rol spelen bij de suiker en vetstofwisseling. Zo komt een bepaalde genetische variant in het SIRT1 gen bij ongeveer 17% van de Nederlanders voor. Mensen met deze variant hadden op volwassen leeftijd een hogere BMI (0,5 kg/m2) dan mensen die de variant niet hebben. Overigens is het volgens Van den Berg niet zo dat mensen met genetische gevoeligheid voor overgewicht ook altijd overgewicht krijgen: “Ze ontwikkelen misschien makkelijker overgewicht, maar uiteindelijk kunnen deze mensen door gezond te eten en voldoende te bewegen ook overgewicht voorkómen”.

Bron: RIVM


Geen reacties

Voeg reactie toe (alleen diëtisten en gezondheidsprofessionals)

*

* - verplicht veld

*
*
*
*
 
 
 
 
 
 

NieuwsvoorDietisen.nl maakt gebruik van cookies. Meer informatie Sluiten