Nieuws

 

< vorig nieuwsitem
10 oktober 2013

‘MUST voldoet niet als indicator’

Door: Karine

ondervoeding

ondervoeding

De Malnutrition Universal Screening Tool (MUST) voldoet niet als indicator voor ondervoeding. Het gebruik van de MUST als prestatie-indicator valt daarom niet te rechtvaardigen. Dat zeggen physician assistant Michael Heijnen, verpleegkundig specialist Mirjam Tromp en de internisten Jos van der Meer en Bas Bredie van het UMC St Radboud in een artikel op de website van Medisch Contact.

Ziekenhuizen gebruiken voor screening nu meestal 1 van deze 2 instrumenten: de MUST en de Short Nutritional Assessment Questionaire (SNAQ).

Maar de instrumenten lijken op de algemeen interne afdelingen niet zinvol, zegt internist Bas Bredie: ‘Door de MUST worden mensen verkeerd gekwalificeerd. Patiënten die daadwerkelijk ondervoed zijn, worden niet altijd herkend, en vooral andersom: als je de MUST gebruikt worden veel mensen, tot wel 40%, als ernstig ondervoed gekenschetst, en dat is echt niet de realiteit.’ De auteurs denken dat dit ook geldt voor de SNAQ.

Is er een alternatief? Bredie: ‘Dat is nog niet zo makkelijk. Een instrument als de Subjective Global Assessment (SGA) is beter in staat om de voedingstoestand vast te stellen, maar is veel te arbeidsintensief. De MUST  kan door coassistenten of verpleegkundigen worden afgenomen, dat kan niet met de SGA. Het lijkt me in ieder geval dat de MUST moet worden afgeschaft als prestatie-indicator voor het hele ziekenhuis. De MUST als aandachtsinstrument kan nuttig zijn bij bepaalde patiëntenpopulaties, maar voor de algemene interne afdeling is er geen toegevoegde waarde.’

Bron: Medisch Contact


Ellen van der Heijden, , 14 oktober 2013:
Vanuit de landelijke Stuurgroep Ondervoeding plaatsen wij een aantal kritische kanttekeningen bij het artikel. Heijnen en collega’s vergelijken de MUST met de SGA, die zij als gouden standaard gebruiken. Maar het instrument dat als gouden standaard gebruikt wordt zal altijd superieur zijn aan het te onderzoeken instrument.
Bij berekening van de diagnostische waarde met de gegevens uit tabel 2a van het artikel blijkt dat de sensitiviteit 80% is, de positief voorspellende waarde 76%, de specificiteit 70% en de negatief voorspellende waarde 84%. Kortom, een uitstekende diagnostische waarde en dus vergelijkbare uitkomsten.Een andere misvatting is dat screening van ondervoeding automatisch leidt tot overbehandeling van patiënten. Er dient onderscheid gemaakt te worden tussen screening en assessment. Patiënten met een ernstig risico op ondervoeding wordt voor verdere diagnostiek (en evt. behandeling) verwezen naar een diëtist. Door screening wordt de ondervoede patiënt tijdig herkend en wordt de voedingsbehandeling geïntegreerd in de totale behandeling. Het is daarom een waardevolle kwaliteitsindicator.
zie www.stuurgroepondervoeding.nl voor de volledige reactie.
Sandra Visser, , 14 oktober 2013:
Ik snap eigenlijk niet wat deze internist nu precies wil zeggen. Er is tenslotte geen gouden standaard voor het bepalen van de voedingstoestand, dat geeft hij zelf ook toe. Ook de SGA is dit niet. Dan vergelijk je de ene "tool"met zijn beperkingen met de andere "tool"met beperkingen. Ik zou daar geen conclusie aan kunnen verbinden. Meteen naar de vuilnisbak met dit artikel.

Voeg reactie toe (alleen diëtisten en gezondheidsprofessionals)

*

* - verplicht veld

*
*
*
*
 
 
 
 
 
 

NieuwsvoorDietisen.nl maakt gebruik van cookies. Meer informatie Sluiten