Nieuws

 

03 januari 2010

‘Bijvoeding moet niet in kleine slokjes.’


Stephan Peters

Stephan Peters is kennisspecialist Voedselveiligheid en Voedselallergie bij het Voedingscentrum. In december 2009 promoveerde hij aan de Universiteit van Utrecht op onderzoek naar voedingsfactoren bij kankercachexie.

Wat is kankercachexie en welke rol speelt voeding daarbij?
‘Cachexie ontstaat doordat het lichaam reageert op de aanwezigheid van de tumor met een sterk verhoogde aanmaak van cytokines. Hierdoor ontstaat een keten van metabole reacties, die uiteindelijk leiden tot gebrek aan eetlust, en algehele zwakte. De cytokines zorgen ook voor de aanmaak van zogenaamde acute fase eiwitten in de lever. Dit zijn eiwitten die normaliter zorgen voor herstel. Voorbeelden zijn fibrinogeen dat een rol speelt bij bloedstolling en haptoglobine dat helpt bij het opruimen van rode bloedcellen. Als dit proces lang voortduurt, gaat de spier afbreken om aminozuren te leveren ten behoeve van de acute fase eiwitsynthese. Juist die spierafbraak lijkt de belangrijkste veroorzaker van complicaties als gevolg van cachexie. De afbraak staat direct in verband met overlevingsduur- en kans. Ongeveer een derde tot de helft van mensen met kanker krijgt te maken met cachexie. Door cachexie daalt de levensverwachting sterk: ongeveer 20% van de patiënten met cachexie sterft. Het is erg moeilijk om met voeding het proces cachexie te beïnvloeden. Pas als de tumor weg is, zal het proces stoppen. Met mijn onderzoek hebben we gekeken naar de achterliggende mechanismen bij cachexie. Zo konden we aangrijpingpunten vinden om het proces met voeding te remmen. De basis is een goede voedingstoestand. Het scheelt nogal of mensen goed gevoed zijn en een goed gewicht hebben voordat cachexie optreedt. Een diëtist moet daarom regelmatig controleren of er bij kankerpatiënten gewichtsverlies of een verminderde eetlust optreedt en snel ingrijpen als de cachexie toeslaat.’

Welke voeding is optimaal bij kankercachexie?
‘Het lichaam heeft een sterk verhoogde behoefte aan eiwitten, omdat de metabole processen bij cachexie veel eiwit verbruiken. En nog belangrijker, je wilt spiermassa behouden. De spierafbraak kan namelijk zulke vormen aannemen dat zelfs de ademhalingsspieren worden afgebroken met alle gevolgen van dien. Maar als je alleen maar verhoogd eiwit geeft, gebeurt er eigenlijk nog niet veel. Het is dus zaak om er voor te zorgen dat je naast het geven van eiwitten zorgt dat de spier gevoelig wordt voor ‘anabole signalen’. Dit kan je op twee manieren doen. Door enerzijds de achterliggende aanmaak van ontstekingsfactoren te remmen, door het geven van extra omega 3 vetzuren. En het aminozuur leucine kan worden ingezet om de aanmaak van spiereiwitten te stimuleren. Door de cachexie worden de spiercellen minder gevoelig voor insuline. Dat is ongunstig, omdat insuline een anabool effect heeft. Leucine kan, zo blijkt uit mijn onderzoek bij proefdieren, de aanmaak van spiereiwitten heel gericht stimuleren. Al met al is het niet zo eenvoudig een optimale voeding voor patiënten met cachexie samen te stellen, zeker omdat de patiënten ook nog eens een sterk verminderde eetlust hebben. Bovendien hebben omega 3 vetzuren en leucine allebei een uitgesproken smaak. Je ontkomt eigenlijk niet aan een klinische voeding, het liefst met veel eiwit in een zo klein mogelijk volume.’

En zijn er verder nog adviezen waar de diëtist aan moet denken?
‘De wijze van toediening is heel belangrijk. Het probleem bij cachexie zit namelijk “voorbij de lever” zoals men dat noemt. Niet alleen de lever, maar ook de spieren moeten profiteren van de extra eiwitten. Als een patiënt een portie drinkvoeding op het nachtkastje zet en af en toe een slokje neemt, gaat het effect verloren. De spieren kunnen namelijk pas profiteren van de extra eiwitten zodra er verhoogde aminozuurconcentraties in het bloed voorkomen. Dat bereik je niet met kleine slokjes, dat bereik je alleen met een bolus ineens. Overigens realiseer ik me heel goed dat dit lastig zal zijn te realiseren bij mensen met een slechte eetlust.’

Betekent dit ook dat een druppelsonde eigenlijk niet zo’n goed idee is?
‘Inderdaad. Naar mijn mening is bolustoediening een beter idee. De spier volgt, ook bij gezonde volwassenen, een schema van vasten en voeden. Na een maaltijd treedt spieropbouw op, tijdens het vasten is er rust. Het draait vooral om de schommelingen in aminozuurconcentraties in het bloed: die zijn voor de spier aanleiding om eiwitten aan te maken. De spier ademt als het ware mee met het ritme van de dag. Dat zou je ook met sondevoeding moeten nabootsen. Een druppelsonde of nachtelijk voeden lijkt dus geen goed idee. Overigens is dit principe van spieropbouw al wel aangetoond bij gezonde vrijwilligers, maar nog niet bij zieken. Dat zou eens onderzocht moeten worden.’

Het proefschrift van Stephan Peters: Liver and muscle protein metabolism in cancer cachexia. 2009 ISBN 978-90-9024926-1


Geen reacties

Voeg reactie toe (alleen diëtisten en gezondheidsprofessionals)

*

* - verplicht veld

*
*
*
*
 
 
 
 
 
 

NieuwsvoorDietisen.nl maakt gebruik van cookies. Meer informatie Sluiten