Suzan Tuinier
Van jongs af aan ben ik goed in twee dingen; praten en eten. Ik ben dan ook heel blij dat juist die twee dingen de kern zijn van mijn werk. Ik ben diëtist en communicatieadviseur, oftewel ik praat (lees en schrijf) de hele dag over voeding.
Mijn naam is Suzan Tuinier, ik ben 30 jaar en coördinator van het Vitamine Informatie Bureau (VIB). Hieronder kun je lezen hoe een dag eruit ziet in deze veelzijdige, maar vooral leuke baan.
‘Meneer, als u gezond en gevarieerd eet, dan heeft u alleen extra vitamine D nodig, 10 microgram per dag’, zeg ik aan de telefoon tegen een oudere man die vooral verlegen zat om een praatje. Gedurende de dag bellen er gemiddeld een stuk of vijf consumenten. Alle andere vragen komen binnen via de e-mail.
Mijn dag begint, zoals bij de meesten van ons, met het lezen van deze en andere e-mails. Het Vitamine Informatie Bureau bestaat overigens al meer dan 20 jaar, heeft jarenlang onder de vlag van TNO Voeding bestaan en is sinds 2005 onderdeel van een communicatiebureau. Bij dat bureau werk ik als enige voedingskundige samen met een aantal collega’s die zich bezig houden met allerlei andere communicatieklussen. Mensen weten de weg naar het VIB inmiddels goed te vinden, per dag bezoeken ruim 1500 mensen onze website.
Het eerste mailtje dat ik vandaag lees, is van één van de professoren uit onze Wetenschappelijke Advies Raad (WAR). Ik ben bezig met het herzien van onze brochure ‘vitamines en mineralen’. Hij vraagt zich af of het wel klopt dat kinderen tot 4 jaar extra vitamine D nodig hebben vanwege de huid die minder goed in staat is om het aan te maken. Ik duik de literatuur in om te kijken of ik hier iets over kan vinden. Ook bel ik mijn oud-collega’s van het Voedingscentrum. Vervolgens bel ik met een andere prof uit de WAR. Daarna concludeer ik dat het niet juist is. Ik zal de tekst aanpassen in de brochure en op onze website.
Zoals iedereen zo onderhand (hopelijk) weet is er een vitamine D rapport verschenen van de Gezondheidsraad. Dit nieuwe advies zal in onze brochure vermeld staan. Ik voer een discussie over de mail met onze WAR. De kern van de discussie: hebben zwangere vrouwen met een donkere huid nu 10 of 20 microgram extra vitamine D nodig? En hoe zit het met andere groepen die voldoen aan meerdere criteria? Het is belangrijk voor mij om dit te weten te komen, omdat ik naast de brochure ook werk aan een vitamine D test voor een grote apothekersketen. Helaas wordt het me nog niet duidelijk. Mijn vragen worden doorgespeeld aan de Gezondheidsraad. Ik mail zelf ook nog even met de secretaris om haar mijn probleem duidelijk te maken.
Daarna bel ik onze grafisch vormgeefster om haar mede te delen dat ‘haar’ vitamine D schema in de brochure, waar ze heel wat uurtjes werk in heeft zitten, waarschijnlijk toch wordt afgekeurd door de heren wetenschappers. Ze is niet blij met me, maar als ik beloof dat ik deze week langs kom met een taartje klaart ze een gelukkig op. We zullen dan meteen kijken naar de door haar ontworpen trouwkaart. Op 4 september stap ik namelijk in het huwelijksbootje.
Deze week wil ik ook onze nieuwsbrief versturen. Die verschijnt 4 keer per jaar en sinds vorige keer in een totaal vernieuwde vorm. Daar ben ik best trots op. Ik geef de laatste puntjes op de ‘i’ door aan onze webdesigner. We zullen de nieuwsbrief vanavond versturen.
Onder het genot van een kopje koffie, bekijk ik de consumentenvragen die zijn binnengekomen via de mail. Ook kijk ik of er vragen zijn gesteld op websites waarop ik als deskundige sta, zoals www.babyinfo.nl. Inmiddels komt onze stagiaire binnen. Annemieke Leek, vierdejaars voeding en diëtetiek, doet een onderzoek naar de behoefte van professionals aan voorlichtingsmateriaal. Ze is bezig met het afronden van haar onderzoek. Ik bespreek met haar hoe ze dit het best kan rapporteren. Ook vraag ik haar om een aantal consumentenvragen te beantwoorden, iets wat haar steeds beter af gaat. Het is erg leuk om te zien hoe zij zich heeft ontwikkeld in de afgelopen maanden.
Ik bel met de redactie van een tijdschrift en heb een leuk gesprek met de redactieassistente. Aan het begin van de week heb ik een idee voor artikel verstuurd naar dit tijdschrift. Ze zijn er enthousiast over en zullen het idee bespreken tijdens een redactievergadering. Ik bel en mail veel met journalisten van kranten en tijdschriften. In dit geval draag ik een idee aan, maar regelmatig weten journalisten ons te vinden als ze op zoek zijn naar achtergrondinformatie. Er belt vandaag bijvoorbeeld een beauty redacteur. Er is een nieuw Amerikaans supplement voor een mooie huid. Ze vraagt zich af wat er in het supplement zit. Ze mailt me de verpakking van het product, die ik vervolgens bestudeer. Ik mail haar een uitleg van de ingrediënten en wat de veilige dosering is. Ook schrijf ik een kort stukje over de wetenschappelijke achtergrond van vitamine E suppletie.
Daarna spreek ik nog met de redactie van radio 5. Ik hou deze redactie op de hoogte van nieuws op het gebied van vitamines en mineralen en ben er regelmatig te gast op maandagochtend. Dat is erg leuk om te doen.
Ook mail ik met de redactie van een TV programma over bewegen. Ik schrijf dat vitamines en bewegen met elkaar samenhangen en nodig mezelf uit om hier meer over te komen vertellen. Ik ben benieuwd of ze er op reageren.
Tussendoor verschijnen er continu mailtjes. Consumentenvragen, allerlei organisatorische zaken en abstracts van relevante wetenschappelijke literatuur. Iedere week ontvang ik van de Universiteit van Wageningen een overzicht van alle abstracts over vitamines en mineralen. Het laatste uur van de dag besteed ik aan het lezen van deze onderzoeken en het aanvragen van volledige artikelen bij de universiteit. Ik lees een uitgebreid stuk over nanotechnologie in voeding. Iets waar ik zijdelings mee te maken heb, en wat me zorgen baart. Nog nadenkend over de toekomst sluit ik af. Mijn kantoordag eindigt met een prachtige fietstocht in het zonnetje door de duinen.




