Behandeling van vaatlijden kan beter
Patiënten met ernstig vaatlijden hebben vaak hypertensie, maar worden daar niet altijd voor behandeld. Dit concludeert Anneloes Vlek in haar promotieonderzoek dat ze uitvoerde aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Zij onderzocht mensen die eerder een hersen- of hartinfarct of een vaatoperatie hebben meegemaakt. Bij deze patiënten is hoge bloeddruk een zeer belangrijke risicofactor, die goede behandeling vereist.
De onderzochte patiënten hebben grote kans op nieuw vaatlijden. Dat risico wordt verhoogd als ook sprake is van hoge bloeddruk, diabetes of metabool syndroom. Ruim tweeduizend onderzochte patiënten hadden tevens een hoge bloeddruk. Daarvan bleek de helft ook te lijden aan het metabool syndroom, terwijl bijna een vijfde ook kampte met diabetes type II. De patiënten met het metabool syndroom hadden 41 procent meer kans om binnen vier jaar te overlijden aan vaatproblemen en 40 procent meer kans op een hartinfarct. Patiënten met diabetes type II hadden zelfs 54 procent meer kans om te overlijden of opnieuw een vaatziekte te ontwikkelen.
‘Ook bij patiënten die al vaatlijden hebben, valt veel gezondheidswinst te halen’, concludeert Vlek. ‘Deze patiënten zouden intensief behandeld moeten worden, maar dat gebeurt lang niet altijd. Het gaat om de behandeling van diabetes, hoge bloeddruk en cholesterolgehalte, maar ook om leefstijladviezen zoals afvallen en stoppen met roken.’
Vlek promoveerde op 26 mei aan het UMC Utrecht.
Bron: UMC Utrecht


