Wat heb je precies onderzocht?
‘Als je kijkt naar voeding kan je het grofweg indelen in zoete en hartige producten. Ik ben mijn onderzoek begonnen door te kijken naar de rol van deze smaken binnen een maaltijd. We hebben daarvoor een groep mensen een hartige of een zoete maaltijd gegeven die precies gelijk was in energiegehalte, gehalte aan macrovoedingsstoffen, vezels en textuur. Het blijkt dat er geen verschil is in inname. Van zoet of hartig wordt precies evenveel gegeten. Wel blijkt er na deze maaltijden een verschil in voorkeur voor zoet of hartig. Na een hartige maaltijd hadden de deelnemers een groter voorkeur voor zoete producten en aten ze meer zoet dan hartig. Terwijl na een zoete maaltijd er geen voorkeur is voor hartig of zoet.’
Weet je ook waardoor dit komt?
‘Dat hebben we geprobeerd te achterhalen. Over het algemeen bevatten zoete producten minder eiwitten dan hartige producten. De hypothese was dat het lichaam de eiwitinname reguleert. Wij wilden onderzoeken of dit door de smaak komt of dat de samenstelling van het product hierbij ook een rol speelt. We hebben daarom proefpersonen maaltijden met veel of weinig eiwit gegeven die ofwel zoet ofwel hartig waren. Hieruit bleek dat de hoeveelheid eiwit in een maaltijd geen effect had op het keuzegedrag en de verzadiging van de deelnemers. We zagen alleen een effect van smaak. Na de hartige maaltijden was er weer een grote voorkeur voor zoete producten. Daar komt dat zoete toetje natuurlijk ook vandaan, waar we altijd nog wel plek voor hebben.’
Het is opvallend dat jullie geen hogere verzadiging zagen na een hoog eiwitmaaltijd, terwijl veel vermageringsdiëten juist vanwege de hogere verzadiging gebaseerd zijn op een hoog eiwitgehalte.
‘Je kunt je dus afvragen of de verzadiging afhangt van de hoeveelheid eiwit in het dieet of van wat anders. Als je binnen een voeding alleen kunt kiezen uit hoog eiwitproducten is de variatie beperkt. Dit kan ook invloed hebben op de inname. Bovendien blijkt uit ons onderzoek dat na een hartige maaltijd er juist een voorkeur is voor zoete producten en er sneller een aversie tegen hartige – vaak eiwitrijke- producten optreedt. Als je dan binnen het dieet geen zoete producten mag eten, eet je misschien dus ook minder. ‘
En hoe zat het met het eiwitregulerend vermogen van het lichaam?
‘Ja dat was ook erg interessant. We hebben namelijk ook proefpersonen 2 weken lang een laageiwit dieet met 5 en% eiwit gegeven of een hoog eiwit dieet met 25 en% eiwit. Vervolgens mochten ze 2,5 dag zelf een keuze maken uit buffetten en de inname is gemeten. Hieruit bleek dat de deelnemers die het laag eiwitdieet gevolgd hadden spontaan kozen voor meer eiwitrijke producten dan na een hoog eiwitdieet. Het lichaam wil blijkbaar de eiwitbalans weer herstellen. Het lijkt er dus op dat als het lichaam tekorten ervaart, dat invloed heeft op de voedselvoorkeuren en dat dit dus het eetgedrag beïnvloedt. In het kader van ondervoeding of voeding van ouderen zou dit interessant zijn om verder uit te zoeken.’
Ga je dat ook doen?
‘Nee, dat niet, maar ik ga in het vervolg op mijn onderzoek wel mede onderzoeken hoe mensen eiwitrijke voedingsmiddelen herkennen als ze een tijd lang eiwitarm gegeten hebben. Met behulp van hersenscans -fMRI metingen- gaan we kijken welke gebieden in de hersenen betrokken zijn bij het herkennen van eiwitrijke producten.’
De info van NIGZ waarnaar wordt verwezen is nog van 2011.Kom...
TonIk lees nu dit initiatief via de web. Prachtig.
RyaSamenwerken is en bijft dé weg. Ik verwijs regelmatig mensen...
remkoWat een goed stuk Natasja en Jelleke. Fijn dat hier nog eens...
Jacqueline